Hoofdstuk 35
Heel diep in slaap droomde ik dat ik bij onze logeervrienden was (hoofdstuk 21). Ik wist hun adres en liep de straat in waar ze wonen en meteen zag ik Tracer. Natuurlijk miauwde ik een groet, maar door het lawaai van de trein die langs reed hoorde hij me niet. Katten zijn altijd te vinden voor een spelletje, dus sloop ik langs de huizen en bomen naar tracer toe. Ik was vlakbij en lag al loerend naar hem te kijken wachtend op een kans op zijn rug te springen. Opeens hoorde ik een zacht en verbaasd gemiauw, verdraaid als dat Gizmo niet was. Ik verloor even Tracer uit het oog toen plotseling iets een klap op mijn staart gaf, en ik van schrik een meter de lucht in sprong. Toen ik weer beneden op de grond was draaide ik mij vliegensvlug om en keek in de twinkelende ogen van Tracer! Ook mijn ogen twinkelden van vreugde en meteen waren wij volop aan het spelen. Zelfs Gizmo deed vrolijk mee en klom een boom in vanwaar zij mij riep om ook boven te komen. Ja, hallo, hoe kom ik boven? Ik had dat vroeger wel ooit eens gedaan denk ik, maar bij mij thuis heb ik alleen een krabpaal. Juist, krabpaal, nagels, oké dan, springen dus en nagels uit en dan…………….Lachend zat Gizmo dit alles te bekijken maar gaf me toch wat aanwijzingen om boven te komen. Eenmaal boven moest ik even bijkomen en genoot van het mooie uitzicht. Daar beneden zag ik Tracer lopen en riep dat hij ook boven moest zijn en genieten van het uitzicht. Daar trapte Tracer dus niet in, hij is tenslotte een maatje groter en gniffelend liep hij weg.
Inmiddels had di-enne ons wel gevonden en even later zaten er drie poezebeesten op een rij in de boom. Nadat wij genoeg hadden van ons fraaie uitzicht moesten we ook nog naar beneden! Dat was voor Gizmo geen enkel probleem, zij had kennelijk vaker in een boom gezeten. Di-enne had er meer problemen mee want voetje voor voetje, eigenlijk pootje voor pootje dus, probeerde zij omlaag te komen. Dat ging redelijk totdat zij niet verder durfde en weer via een andere weg een stukje omhoog kroop. Bij de laatste, dus ook laagste tak, wist ze niet meer wat te doen en miauwde klagelijk naar Gizmo. Gizmo op haar beurt sprong naar haar toe en deed het voor hoe een poes beneden moest komen. Poes nummer twee was ook beneden en gezamenlijk liepen ze weg! Ho, en ik dan, hoe moest ik in vredesnaam beneden komen? Pootje voor pootje begon ik de afdaling, soms van tak naar tak springend. Ik was bij de voorlaatste tak en mijn lijfje schudde voor de sprong, ik zette mij af maar miste de tak compleet! Ik voelde dat ik miste en………Geschrokken werd ik wakker omdat ik iets hoorde. Onze voedselbakjes werden gevuld, daarvan werd ik wakker, natuurlijk! Vlug sprong ik van de fauteuil en begon gulzig te eten. Van dromen krijg je honger, gelukkig dat ik weer thuis en wakker was. Dromen zijn gelukkig bedrog, maar kunnen wel leuk zijn!
|