Hoofdstuk 15

Ja, dit was dus die andere iemand waar baasje mee thuiskwam. Hij was een wat oudere kater maar een heel lieve. Ik was zo verbaasd, de eerste keer dat hem zag, dat ik niet eens een hoge rug opzette. Meestal doe ik dat als iets mij niet bevalt, of als ik iets heel vreemds, onbekends zie. Nu helemaal vergeten, ik liep naar hem toe en begroette hem met mijn neus. Hij begroette mij direct terug en vanaf dat moment waren we vrienden. Hij vertelde mij dat baasje mij had gezien bij een grote kattententoonstelling. Niet dat hij tentoongesteld werd, integendeel, hij zat in een hokje van het dierenasiel te hopen op een nieuw baasje.Het vorige baasje wilde hem niet meer en zette hem pardoes buiten de deur. Gelukkig werd hij gevonden en kwam in het dierenasiel. Maanden heeft het geduurd voordat iemand van het personeel hem meenam naar die tentoonstelling in de hoop een baasje voor hem te vinden. Als je ouder bent wil niemand je meer hebben. Gelukkig dat dit baasje hem zag, nu had hij tenminste weer een leuk gezin en wat nog belangrijker was, hij had iemand om mee te praten. Ik weet echt zijn naam niet meer, ik zal hem maar tommy noemen. Zoals gezegd, hij was een oudere kat. Tommy schatte zelf dat hij 14 jaar oud was. Maar wat hebben we een lol samen gehad, jammer genoeg maar een paar maanden. Hij wist dat hij ziek was, hij had nierproblemen. Nooit wat van gemerkt, baasje ook niet trouwens anders was hij wel naar de dierenarts gegaan. Als wij ’s morgens opstonden, samen met baasje, was hij eerder bij zijn voederbak dan ik, en al zeg ik het zelf, rennen kan ik als de beste! Maar hij was altijd eerder en daar stond hij dan met die vragende ogen naar baasje te kijken. Altijd had hij als eerste zijn bakje leeg,
Alleen dronk hij bijna nooit. Dat vond ik wel vreemd maar ja misschien had hij nooit dorst. Ook deed hij nooit een kleine, natte, boodschap, altijd een grote boodschap. Baasje wist dat niet, ook wij hebben een toilet hoor. En daar kwam baasje nooit als wij iets deden. Schoonmaken natuurlijk wel, maar je kon nooit zien wie wat gedaan had. Na een paar weken werd de pijn steeds erger vertelde tommy mij. Nooit liet hij dat aan baasje merken, hij had het zo naar zijn zin bij ons. Hij wilde ons niet teleurstellen vertelde hij. Als ’s avonds baasje kwam, liep hij als eerste naar hem toe om hem te begroeten. Ondanks zijn pijn liep hij als een jonge kater heen en weer, net zolang totdat zijn voedselbak weer werd gevuld. Nadat de bak helemaal leeg was, ging hij zich extra schoonmaken, want hierna kwam altijd zijn beloning, hij mocht als eerste op schoot bij baasje zitten. En dat vond hij zo fijn, al die aandacht, hij voelde zich meteen weer het middelpunt. Baasje vergat mij gelukkig ook nooit, ik mocht aan de zijkant zitten. Allebei werden we geaaid totdat we er genoeg van hadden en we heerlijk gingen slapen. Op zekere dag voelde tommy zich zo beroerd dat hij onder het bed ging zitten. Baasje was al weg dus ik bleef een beetje in de buurt van tommy.

De hele dag bleef ik dicht bij tommy zitten, hij werd steeds beroerder.Die avond toen baasje thuiskwam was er geen tommy die hem begroette.Ook ik begroette baasje niet, ik bleef dicht bij tommy zitten. Baasje vond dit zo vreemd, hij ging ons meteen zoeken. Toen hij tommy onder het bed in een hoek weggekropen zag zitten schrok hij enorm. Meteen pakte hij tommy voorzichtig op en zette hem in een mand met deksel en ging weg. Na een hele tijd kwam hij terug en voor de tweede maal in mijn leven zag ik iets in zijn ooghoeken glinsteren. Hij pakte mij op en aaide mij en vertelde me dat tommy zo ziek was en zo veel pijn had. Ook zou hij nooit meer beter worden. Omdat hij zoveel pijn had heeft mijn baasje, met pijn in zijn hart, besloten hem voor altijd te laten slapen. Ik vond dat heel zielig voor tommy, maar altijd pijn hebben is ook niets, dit was het beste voor hem. Die nacht sliepen baasje en ik heel onrustig, allebei moesten we aan tommy denken. Baasje en ik waren blij dat hij de laatste maanden een gelukkig leven had bij ons.
|