Hoofdstuk 03 Je was onze huisduif PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Ria   
zaterdag 11 oktober 2008 19:42

Uren kon je rustig zitten op de leuning van de stoel.
En als je honger had sprong je op de tafel, daar stond altijd eten klaar.
Mijn 2 kinderen waren ook dol op je.
Eindelijk een (wilde) vogel die ook nog eens tam was.
Iedereen kon je gewoon aaien en eten geven, en aandacht dat kreeg je.
Je had gewoon een heerlijk leven.
Helaas konden we jou nooit leren om voor je zelf te zorgen.
Dat hield in dat je voor altijd bij ons moest blijven.
Als we zouden besluiten om je los te laten zou je het zeker niet overleven.
Daarom bleef je lekker bij ons.
Als we brood gingen eten, wie kwam daar aangevlogen, juist Dorus.
Wel moesten we het brood tot kleine bolletjes maken, anders lustte je het niet.
Na de maaltijd vloog je op de kooi van het kleine duifje.
Heerlijk vond je het daar, even lekker pitten.


De kinderen gingen wel eens aan tafel zitten om te kleuren.
Ja, die stiften in dat mandje vond jij ook wel leuk.
Je pakte ze eruit met je snavel en legde het neer.
Zodra wij ze er weer in legde deed jij ze er weer uit halen.
Dat was een leuk spelletje.
Naarmate je ouder werd, begon je een geluid te maken.
Je verzorgster deed het je voor en na een tijdje probeerde jij het ook.
Helaas mislukt, er kwam alleen maar een geblaas uit.
Maar positief blijven, het was een begin.
Eerst wilde niemand mij geloven.


Maar ik wist wel beter, jij was een mannetjes duif.
Hoe ik dat weet?
Jij zag mij als je duifje.
Meestal als er iemand op de stoel ging zitten, vloog je ook naartoe.
Je sprong dan met beide pootjes op en neer en probeerde zo die persoon te verleiden.
Romantisch hoor.
Ook probeerde je te koeren.
Je zette je staartveren dan uit, koerde op jouw manier, en maakte een soort paringsdans.
Dit was heel vertederend.

Laatste aanpassing ( maandag 24 augustus 2009 19:50 )