Hoofdstuk 01 Onze kleine vriend PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Ria   
zaterdag 11 oktober 2008 19:40

Onze kleine vriend

Het was augustus 1996, het jaar waarin mijn zoon jou vond.
We gingen die dag op visite bij oma.
Daar aangekomen zagen we jou zielig zitten bij mijn oude school op de grond.
Ik pakte je voorzichtig op en lopend gingen we richting oma.
Thuisgekomen bleven we je maar aaien en geruststellen.
Vreemd he, al die aandacht.
Daarna belde we naar de kattenman.
Kattenman bracht je naar je nieuwe huis.
In een schoenendoos hebben wij je vervoerd.
Jouw nieuwe gezin had een grote voliere, die leeggemaakt werd voor jou.
Het kleine duifje die er eerst in woonde was kleiner gaan wonen.
Wij ontdekte dat er in je nek een kale plek zat, hoe is dat gekomen?
Wij denken dat je uit nest bent gevallen.


Misschien had een kat je wel gepakt, we zullen het nooit te komen.
Het kale plekje in je nek bleef voor altijd kaal.
Omdat je nog zo jong was kon je zelf nog niet eten.
Je nieuwe baasje pakte je voorzichtig op en zette je op je pootjes.
Met haar vingers maakte zij je snavel open en slikken maar.
Voorlopig leefde je op brood geweekt met melk.
Zo verstreken de weken.
We zagen je met de dag sterker worden, gelukkig maar.
Het eten ging goed en het drinken ook, maar wel met een pipetje.
Op deze manier bleef je gelukkig leven.
Hoera, je ging steeds verder vooruit.
Je probeerde zelfs een paar keer te vliegen.
Helaas voor jou was de kooi daar te klein voor.
Daarom besloot ik jou er maar uit te halen.

Laatste aanpassing ( maandag 24 augustus 2009 19:50 )